Raad van State geeft schoolbesturen gelijk in bekostigingskwestie
29 maart 2026
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 25 maart een uitspraak gedaan waar wij op zaten te wachten. De Raad van State heeft de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd: Het minsterie heeft zich niet gehouden aan de wettelijke plicht om schoolorganisaties voldoende financiële middelen toe te kennen om de uitgaven en inkomsten in balans te houden. De staatssecretaris van onderwijs was in hoger beroep gegaan tegen de uitspraak van de rechtbank. Zij heeft echter geen gelijk gekregen van de Raad van State.
Het gaat om de bekostiging in de vijf maanden van de overgangsperiode van augustus tot en met december 2022, de periode waarin het stelsel veranderde van bekostiging per schooljaar naar bekostiging per kalenderjaar. De staatssecretaris had voor die maanden 34,55 procent van de jaarbekostiging toegekend, gebaseerd op het oude lumpsumritme. Dat voelde voor veel besturen als te weinig, omdat deze periode volgens hen eigenlijk als een zelfstandige eenheid moest worden gezien, waarvoor een tijdsevenredig deel van 41,67 procent logisch zou zijn. In totaal stapten 222 schoolbesturen, waaronder FLUVIUM, naar de rechter. De rechtbank gaf hen al in 2024 gelijk, en nu heeft ook de Raad van State dat oordeel bevestigd. De kern van de uitspraak is dat je de overgangsperiode niet kunt wegstrepen tegen betalingen van eerder dat kalenderjaar. Tot 2023 werd namelijk nog per schooljaar bekostigd, en juridisch sluit het overgangsrecht daar ook op aan. Dat betekent simpelweg dat augustus–december 2022 deel uitmaakt van schooljaar 2022–2023. De 34,55 procent die toen werd uitgekeerd, sloot aan bij het oude betaalritme, maar daar zat altijd een tijdelijk tekort in dat in de maanden daarna werd ingehaald. Omdat het nieuwe stelsel vanaf 2023 maandelijks een gelijk bedrag uitkeert, bestaat dat inhaalmoment niet meer. Hierdoor bleef het tekort over 2022 dus definitief staan. Dat mag niet, oordeelde de rechter.
Nu is het vooral een kwestie van afwachten hoe het ministerie de uitspraak gaat uitvoeren en of er aanvullende bekostiging volgt.
Voor Fluvium gaat dit om veel geld en het zou helpen om onze financiële positie weer stevig te maken.