Aan de slag ! Dit is de onderwijsparagraaf uit het regeerakkoord

kronkel-2

30 januari 2026

Onderwijs is de basis voor een leven in vrijheid en verbondenheid. Kinderen en jongeren leren in het onderwijs vaardigheden die hun zelfvertrouwen en kansen om volwaardig mee te doen in de samenleving ten goede komen. Goed onderwijs is bovendien noodzakelijk om onze welvaart te behouden en het verdienvermogen te verbeteren. 

Er moet iets veranderen. We zien dat kinderen steeds minder goed kunnen lezen, schrijven en rekenen. Op internationale (PISA)-lijsten blijft Nederland achter. Dit gaat ten koste van de talenten en kansen van onze kinderen, en heeft daarmee ook effect op onze toekomstige economie en op de krappe arbeidsmarkt, die juist talent nodig heeft. We hebben nu al niet genoeg vakmensen die onze huizen kunnen bouwen, zonnepanelen aanleggen en zorg verlenen. Onze universiteiten dalen op de wereldranglijsten, terwijl ze een cruciale rol vervullen in innovatie-ecosystemen en het creëren van startups en scale-ups. 

We willen dat Nederland met goed onderwijs aan een sterke economie en een sterke samenleving bouwt. Want scholen zijn meer dan plekken van onderwijs – het zijn gemeenschappen en ankerpunten in de buurt. Elke dag zetten talloze leerkrachten, docenten, onderwijsassistenten en andere mensen in het onderwijs zich met passie in. Maar juist die docenten verlaten nu te vaak het onderwijs vanwege een gebrek aan professionele uitdaging en ontwikkelmogelijkheden. Vooral het vmbo vraagt aandacht, omdat hier de lerarentekorten en taalachterstanden het grootst zijn, terwijl we deze jongens en meisjes hard nodig hebben in tekortsectoren. Daarnaast moeten we zorgen dat ons vervolgonderwijs, onderzoek en wetenschap op orde zijn, om als Nederland koploper te blijven. Dat gaat niet alleen over innovatie, maar ook juist over de aanwas van nieuwe ideeën via fundamenteel onderzoek, het behoud en aantrekken van (internationaal) toptalent en ervoor zorgen goede ideeën uit kunnen groeien tot succesvolle ondernemingen. 

Kwaliteit in de klas: investeren in leraren en basisvaardigheden 

Kwaliteit begint voor de klas. De overheid moet de juiste randvoorwerpen scheppen en meer regie pakken, zorgen dat de kwaliteit verbetert en het mogelijk maken dat onze kinderen les krijgen van de allerbeste docenten. Dit willen we doen: 

  • Focus op taal en rekenen. We gaan door met gericht investeren in lezen, schrijven en rekenen. Dit doen we zodat kinderen niet met een achterstand beginnen en zodat het mbo meer tijd heeft voor beroepsvaardigheden in plaats van het inhalen van achterstanden. 
  • We gaan leerachterstanden vroeg aanpakken. We investeren in bewezen aanpakken zoals de rijke schooldag en voor- en vroegschoolse educatie via de gemeentelijke onderwijsachterstandsmiddelen We gaan ook door met een aanmeldplicht voor de basisschool vanaf 4 jaar. 
  • We investeren structureel in vakmanschap voor de klas. Leraren krijgen aantoonbaar meer tijd voor professionele ontwikkeling en voor werken met bewezen effectieve kennis om de basisvaardigheden duurzaam te verbeteren, met duidelijke doelen voor leerprestaties. De beroepsgroep zorgt op termijn voor verplichte continue professionele ontwikkeling, zodat kwaliteit blijvend wordt versterkt en de middelen voor onderwijskwaliteit benut. 
  • We maken het leraarschap en schoolleiderschap toekomstbestendig. We versterken de rol van schoolleider als onderwijskundig leider met heldere bekwaamheidseisen, verbeteren loopbaanpaden, doorgroeimogelijkheden en inhoudelijke specialisaties voor leraren, en zorgen dat expertise wordt beloond en topleraren behouden blijven. Dit zorgt er ook voor dat meer academisch geschoolde leraren kiezen voor het basisonderwijs.
  •  
  • We zorgen dat onderwijsinvesteringen effectief en doelmatig worden ingezet. Leraren zijn te veel tijd kwijt aan regeldruk en administratie. De inspectie gaat elke school minimaal eens in de vier jaar onderzoeken, en krijgt daarbij opdracht ook toezicht te houden op de regeldruk. Hierbij kijken we naar het voorbeeld van de ‘planlastcalculator’ van de Vlaamse onderwijsinspectie, als instrument om regeldruk structureel te verlagen. Tegelijkertijd bieden we het onderwijs ruimte en stabiliteit met structurele financiering via de lumpsum en zetten we subsidies om in structurele financiering. Dit doen we met gerichte bekostiging en oormerking, om zo de kwaliteit te verhogen. 
  • We gaan het lerarentekort tegen door het aantrekkelijker te maken om later in je carrière leraar te worden als zij-instromer, op basis van plannen uit de sector. We stimuleren contractuitbreiding, kortere opleidingsroutes, voeren een pilot met beperkte klassengrootte uit en beperken externe inhuur. 
  • De ene leerling weet heel vroeg wat hij of zij wil, de ander heeft meer tijd nodig om de eigen talenten te ontdekken. Daarom zorgen we voor keuzevrijheid door een goede regionale mix aan brede brugklassen en onderwijs in één richting. We hervormen daarvoor de subsidie brede brugklassen om een voldoende dekkend aanbod te garanderen. 
  • We hanteren hoge verwachtingen van iedereen. Van leerlingen en leraren tot schoolbestuurders en adviseurs. Wie invloed heeft op de klas, draagt verantwoordelijkheid. Daarom gaan schoolbestuurders verder met het door de sector ontwikkelde beroepsprofiel. Zo wordt accreditatie de norm. In aansluiting op het kwaliteitskader voor leermiddelen komt er een keurmerk voor lesmethoden op het gebied van basisvaardigheden, waaronder de taalrijke vakken. In overleg met de sector leggen we kwaliteitskaders vast voor onderwijsadviseurs. Deze voorwaarden gaan ook gelden voor zelfstandigen. 
  • We stellen naast deze maatregelen een staatscommissie in die de crisis in de leerprestaties van onze leerlingen op taal, lezen, schrijven en rekenen onderzoekt en aanbevelingen doet voor lange termijnoplossingen. 
  • Er komt één stevig fundament voor de lerarenopleiding. Leraren en wetenschappers stellen samen landelijk de kern van het curriculum vast, met meer aandacht voor basisvaardigheden zoals lezen, schrijven en rekenen. Voor lerarenopleidingen gaat landelijk dezelfde toetsing gelden, zodat iedere startende leraar beschikt over dezelfde stevige basis. Om meer mannen voor de klas te krijgen, gaan we samen met de sector maatregelen nemen. We gaan in goed overleg met het onderwijsveld verder aan de slag met het wetstraject differentiatie PABO en de lessen uit de pilot, met als doel meer aanmeldingen te realiseren en met oog voor de inzetbaarheid van leraren. 
  • We zetten in op passend onderwijs voor alle kinderen, met inclusief onderwijs waar dat mogelijk is en speciaal onderwijs voor wie dat nodig heeft. We gaan meer kijken naar wat kinderen nodig hebben om zich te ontwikkelen en we gaan flexibeler om met kinderen die dreigen uit te vallen. We stimuleren dat er in elke regio voldoende hoogbegaafdheidsonderwijs is. 
  • De vrijheid van onderwijs, zoals verankerd in artikel 23, biedt ouders en leerlingen de mogelijkheid om een school te kiezen die past bij hun overtuiging. Deze vrijheid is een fundament in onze grondwet. 
  • De vrijheid van onderwijs mag niet misbruikt worden om de kernwaarden van onze democratische rechtsstaat te ondermijnen. Persoonlijke vrijheid en de gelijkwaardigheid van alle mensen komen tot uitdrukking in de burgerschapsopdracht van het onderwijs. 
  • De Wet meer ruimte voor nieuwe scholen zorgt voor onvoorziene problemen en wordt daarom zo snel mogelijk herzien 
  • We zorgen via de Wet ‘vrij en veilig onderwijs’ dat elke school veilig is. Waar nodig kan en zal de inspectie optreden indien hier geen sprake van is. Daarnaast gaan we pesten tegen met effectief bewezen methoden. We zorgen voor een effectieve handhaving van deze uitgangspunten.
  •  
  • We gaan scholen beter ondersteunen bij de renovatie en verbetering van schoolgebouwen. We benutten daarvoor bestaande mogelijkheden en middelen, zoals het groeifondsproject, en onderzoeken publiek-private samenwerking naar Vlaams voorbeeld. 
  • We versterken burgerschap en maatschappelijke weerbaarheid onder jongeren door de Maatschappelijke Diensttijd (MDT) te behouden voor jongeren tussen twaalf en dertig jaar die niet deelnemen aan het militair dienjaar.