Curriculumontwikkeling vraagt rust vóór implementatie

kronkel-2

28 februari 2026

De actualisatie van de kerndoelen zet scholen en besturen aan het denken. Wat vraagt dit van het onderwijs? Voor onderwijskundige en lector Dominique Sluijsmans is een ding cruciaal: kerndoelen moet men niet verwarren met het curriculum. “Het curriculum is het plan voor leren. Dat is veel breder dan de kerndoelen. Die zijn daar slechts een belangrijk onderdeel van.”

Juist in die nuance schuilt volgens haar de waarde van de huidige beweging. Niet omdat alles anders moet, maar omdat scholen opnieuw het gesprek kunnen voeren over wat zij belangrijk vinden in het onderwijs en waarom.

Primair onderwijs is het fundament

Sluijsmans werkt al jaren samen met het primair onderwijs, onder meer als onderwijskundige en als begeleider van scholen en besturen. Haar betrokkenheid bij het primair onderwijs is groot. “Het basisonderwijs is het fundament van de schoolloopbaan. Hoe eerder leerlingen ervaren dat leren iets positief is en hen veel brengt op diverse gebieden, hoe groter de impact op alles wat daarna komt.”

Ze benadrukt dat dit om zorgvuldigheid vraagt. Niet alleen in wat we leerlingen aanbieden in een leerplan, maar ook in hoe scholen en besturen omgaan met verandering. “Ik pleit altijd voor bedachtzaamheid en vertraging. Niet omdat je niets moet doen, maar omdat je eerst moet begrijpen wat je doet.”

Begripsverwarring

In de communicatie over de actualisatie van de kerndoelen ziet Sluijsmans een risico. “De misvatting kan ontstaan dat het curriculum de kerndoelen is. Maar het curriculum bestaat uit zoveel meer: professionalisering, schoolontwikkeling, organisatie, toetsing, didactiek. De kerndoelen krijgen een plek in dat geheel. Deels wettelijk bepaald, deels door scholen zelf vorm te geven. En bedenk je vooral: het gesprek moet gaan over wat je leerlingen wilt onderwijzen en laten ervaren en welke visie daar aan ten grondslag ligt.”

Ook het woord implementatie vraagt om een heroverweging. “Voor mij begint implementatie pas als iets verankerd is in begrip en gedrag. Dat je een school binnenloopt, en voelt: dit wordt begrepen en gevoeld, je ziet het terug in de manier van lesgeven, bij de leerlingen en in het contact.”

Neem afstand en toets niet alles

Daarom ziet Sluijsmans curriculumontwikkeling als een proces in fases. “Eerst verkennen en oriënteren: wat doen we nu al, wat vinden we belangrijk, wat willen we prioriteren gezien onze leerlingen en de context van de school? Als schoolleider en bestuurder moet je daar rust voor creëren. Ga niet meteen in de implementatiestand.”

Een andere hardnekkige reflex is volgens Sluijsmans de neiging om kerndoelen te willen toetsen. “Dat is voor mij niet waar het om gaat. Kerndoelen zijn geen afvinklijst. Als scholen alles willen toetsen, verdwijnt de essentie. Het wordt dan te instrumenteel. Terwijl het juist moet gaan over didactisch gedrag: hoe je geef je hier in de klas uiting aan?”